ECLI:NL:RVS:2020:1187
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom tegen onvergund escortbedrijf in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 29 november 2017 een last onder dwangsom van €50.000 op aan [appellant] wegens exploitatie van een escortbedrijf zonder vergunning. Gedurende meerdere controles in 2016 en 2017 werd vastgesteld dat escortdames via de website goldenangels.com werden geboekt en actief waren in Amsterdam.
[Appellant] voerde aan dat het platform slechts een advertentieplaatsing betrof voor zelfstandig werkende escortdames en geen escortbedrijf was dat vergunningplichtig is. Hij verwees naar het Airbnb-arrest van het Hof van Justitie en stelde dat er geen sprake was van bemiddeling in prostitutie. Tevens voerde hij aan dat de gemeente Amsterdam niet bevoegd was om handhavend op te treden omdat de bemiddeling digitaal plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat het platform wel degelijk een escortbedrijf is als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de APV en dat het college bevoegd was om handhavend op te treden wegens overtreding van artikel 3.40, eerste lid, van de APV. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst de beroepen van [appellant] af. De Afdeling stelt dat het college terecht uitging van de rapportages van gecertificeerde rechercheurs en toezichthouders, dat het platform meer doet dan alleen advertenties plaatsen en dat Amsterdam bevoegd is op te treden omdat de prostitutieactiviteiten in Amsterdam plaatsvinden.
De last onder dwangsom en het besluit tot handhaving zijn daarmee rechtsgeldig en passend, en de Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tegen het onvergund escortbedrijf wordt bevestigd.