ECLI:NL:RVS:2020:1229
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht ondanks psychische problemen en belemmering postontvangst
Appellante kreeg een boete van €250 opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht. Haar bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening, wat zij betwistte met het argument dat haar man haar zoon onder dreiging van geweld had geïnstrueerd om de post bij haar weg te houden, waardoor zij niet tijdig bezwaar kon maken.
Zij overhandigde een verklaring van haar zoon en medische informatie van haar psychiater en huisarts ter onderbouwing van haar psychische problemen. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maakten, omdat het op haar weg lag om ervoor te zorgen dat zij de post ontving en dat zij hulp had moeten inschakelen om haar belangen te behartigen.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat slechts in zeer bijzondere gevallen een uitzondering op de bezwaartermijn kan worden gemaakt, en dat de medische informatie niet aantoont dat appellante niet in staat was hulp in te schakelen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €250 wordt bevestigd.