ECLI:NL:RVS:2020:1274
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens strijd met Awb bij bodemkwaliteit overtreding
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe legde aan Sent One en The Dutch lasten onder dwangsom op wegens overtreding van de bodemkwaliteitseisen op percelen in Vuren. De overtreding betrof het toepassen van grond met te veel bodemvreemd materiaal, waaronder plastic. De last verplichtte het verwijderen van de overtredende grond en het gelijktijdig aanvoeren van nieuwe grond die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet.
Sent One en The Dutch stelden dat zij niet verplicht kunnen worden nieuwe grond aan te voeren, omdat er voldoende grond aanwezig is en alternatieven mogelijk zijn. Ook betwistten zij dat het college bevoegd is om goedkeuring te verlenen aan een melding voor nieuwe grond. De voorzieningenrechter oordeelde dat een last onder dwangsom volgens artikel 5:31d Awb gericht moet zijn op het ongedaan maken van de overtreding, waarbij de overtreder keuzevrijheid moet hebben in de middelen om dit te bereiken.
De last zoals opgelegd liet geen andere mogelijkheid dan het aanvoeren van nieuwe grond, waardoor deze in strijd is met de Awb. Daarom vernietigde de Raad van State de bestreden besluiten en wees de verzoeken om voorlopige voorziening af. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Sent One en The Dutch. Nieuwe besluiten moeten worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en het college moet nieuwe besluiten nemen, verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.