ECLI:NL:RVS:2020:130
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard in zaak vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 11 december 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij mondelinge uitspraak van 30 december 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling constateerde echter dat het hoger beroep niet gericht was tegen de inhoud van de uitspraak van de rechtbank en dat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk, waardoor geen inhoudelijk oordeel over de zaak kon worden gegeven. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 januari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke motivering.