ECLI:NL:RVS:2020:1308
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af te wijzen. Na afwijzing van het bezwaar door de staatssecretaris en het ongegrond verklaren van het beroep door de rechtbank, heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd of dat de staatssecretaris de vergunning ten onrechte heeft geweigerd. Gezien de belangen van de vreemdeling is geen voorlopige voorziening getroffen.
Het verzoek is afgewezen en de staatssecretaris is niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 3 juni 2020.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen.