ECLI:NL:RVS:2020:1409
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor kappen Amerikaanse en zomereiken in Kelpen-Oler
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal weigerde op 1 mei 2017 een omgevingsvergunning aan appellante voor het kappen van 33 Amerikaanse eiken en 16 zomereiken in Kelpen-Oler. Appellante exploiteert een frambozen- en aardbeientelerij en stelde dat de bomen leiden tot opbrengstderving door schaduwwerking en andere nadelige effecten. Het college verwees naar de landschappelijke en beeldbepalende waarde van de bomen en de gemeentelijke bomenlijst als grond voor weigering.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat haar belangen onvoldoende waren meegewogen, dat het schadebedrag van € 68.100 per jaar niet was betrokken, en dat het college willekeurig had gehandeld door een advies van de raadscommissie niet af te wachten. Ook voerde zij aan dat de bomen vanwege hun slechte conditie toch gekapt moesten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het schadebedrag pas na het besluit op bezwaar was vastgesteld en daarom niet in de belangenafweging kon worden betrokken. Het rapport van 2019 toonde aan dat de bomen niet in slechte conditie waren. Verder werd bevestigd dat de eikenbomen onderdeel uitmaken van de landschappelijke inpassing van de aardbeienstellingen. Het college had de aanvraag zorgvuldig behandeld en de belangen zorgvuldig afgewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de kapvergunning bevestigd.