ECLI:NL:RVS:2020:1416
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek briefadres en geen dwangsom door gemeente Rotterdam
Appellant, die dakloos werd op 12 december 2017, deed op 13 december 2017 aangifte van adreswijziging en verzocht om ambtshalve opname van een briefadres. De gemeente Rotterdam reageerde op 20 december 2017 met een brief waarin het verzoek werd afgewezen omdat de aanvraag niet voldeed aan de wettelijke eisen. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, waarop het college op 26 april 2018 het besluit van de procesmanager herroept en de aanvraag inhoudelijk beoordeelt, maar alsnog weigert het briefadres toe te kennen.
Appellant stelde het college vervolgens in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit en verzocht om een dwangsom. Het college wees dit af met het argument dat de brief van 20 december 2017 al een besluit vormde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de brief geen besluit was, onder meer omdat er geen rechtsmiddelenclausule in stond en de procesmanager niet bevoegd was namens het college te beslissen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de brief van 20 december 2017 wel degelijk een besluit is in de zin van de Awb, ook al ontbrak een rechtsmiddelenclausule en was de procesmanager onbevoegd. Ook het ontbreken van een ontvangstbevestiging en het terugsturen van de aanvraag doen niet af aan het besluitkarakter. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.