ECLI:NL:RVS:2020:1417
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade wegens passieve risicoaanvaarding en geen inkomensderving
Appellant is eigenaar van een perceel met een varkenshouderij en fruitteeltbedrijf te Sint-Hubert. Hij verzocht het college om tegemoetkoming in planschade vanwege beperkingen in het bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert" dat minder bebouwings- en gebruiksmogelijkheden biedt dan het voorgaande plan. Na verschillende besluiten en procedures kende het college een tegemoetkoming van €17.200 toe, gebaseerd op een advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ).
Appellant stelde zich op het standpunt dat het college ten onrechte passieve risicoaanvaarding toepaste en geen rekening hield met inkomensderving. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de benuttingsperiode van ruim zeven maanden voldoende was om bouwplannen in te dienen en dat appellant geen concrete pogingen heeft ondernomen om de overige bouw- en gebruiksmogelijkheden te benutten. Daarom mocht het college een korting toepassen wegens passieve risicoaanvaarding.
Verder stelde de Afdeling vast dat inkomensderving wegens gemist voordeel uit nog niet aangevangen bedrijfsactiviteiten in principe niet voor vergoeding in aanmerking komt, tenzij er onomkeerbare investeringen zijn gedaan. Appellant had geen dergelijke investeringen gedaan, waardoor het college terecht geen tegemoetkoming in inkomensderving toekende.
Het beroep van appellant tegen het besluit van 23 mei 2019 werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van een tegemoetkoming in planschade van €17.200,00 wordt ongegrond verklaard.