ECLI:NL:RVS:2020:1418
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning dakopbouw ondanks bezwaar tegen welstandsvoorschriften
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort verleende aan appellant een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw op zijn woning, gelegen op de hoek van een blok rijwoningen. Aan de vergunning werden drie welstandsvoorschriften verbonden, die betrekking hadden op de positionering en hoogte van de dakopbouw in relatie tot bestaande dakkapellen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze voorschriften, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond maar vernietigde het besluit over de niet-ontvankelijkheid vanwege het ontbreken van een hoorzitting. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat hij een deskundig tegenadvies had overgelegd dat onvoldoende was meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant het memo van de architect Klamer, dat als tegenadvies diende, niet tijdig aan de rechtbank had overgelegd. Hoewel het memo in hoger beroep werd ingebracht en het college geen bezwaar maakte tegen de inhoudelijke beoordeling daarvan, bevatte het memo geen grond om het college te beletten de welstandsvoorschriften aan de vergunning te verbinden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.