ECLI:NL:RVS:2020:1422
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit omgevingsvergunning speelhut
Appellant vroeg op 3 december 2017 een omgevingsvergunning aan voor het legaliseren van een speelhut op palen op zijn perceel in Ermelo. Het college verleende deze vergunning bij besluit van 22 februari 2018. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat gedeeltelijk niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bezwaarbesluit niet-ontvankelijk en wees zijn verzoek om schadevergoeding af.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de leges niet onderdeel van het besluit waren en dat hij wel belang had bij een inhoudelijke beoordeling. De Afdeling oordeelde dat de leges niet bij het besluit van 22 februari 2018 zijn geheven, maar bij een aparte legesnota, zodat de rechtbank terecht de gronden over legesheffing buiten beschouwing liet. Ook was appellant geen belanghebbende bij een inhoudelijke beoordeling van het bezwaarbesluit, omdat het college volledig aan zijn aanvraag had voldaan.
Verder faalden betogen over schending van EU-rechten en aanspraak op schadevergoeding, omdat appellant geen concrete schadesituatie aannam. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.