ECLI:NL:RVS:2020:1429
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens bescherming in Italië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 26 februari 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk, omdat de vreemdeling in Italië internationale bescherming geniet. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat vertrek naar Italië feitelijk onmogelijk is vanwege de coronapandemie en de gesloten grenzen.
De Raad van State oordeelde dat het tijdelijke feitelijke beletsel om naar Italië te reizen niet afdoet aan de rechtmatigheid van het niet-ontvankelijkheidsbesluit. Zodra het mogelijk is, kan de vreemdeling in beginsel naar Italië vertrekken. De grief faalt daarom. Een tweede grief werd niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel bevestigd.