Uitspraak
Datum uitspraak: 1 juli 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
De raad van de gemeente Middelburg stelde op 10 oktober 2019 het bestemmingsplan 'Studentenhuisvesting Kanaalweg' vast, dat voorziet in de bouw van 119 studentenappartementen met een maximale bouwhoogte van 27,5 meter. Woongoed is initiatiefnemer en ontving een omgevingsvergunning voor de bouw. Appellanten, wonend op circa 65 tot 75 meter afstand, maakten bezwaar tegen het plan en de vergunning vanwege mogelijke aantasting van hun woon- en leefklimaat.
Zij voerden onder meer aan dat de raad de motiveringsplicht in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking had geschonden en onvoldoende rekening had gehouden met bestaande leegstand en planologische mogelijkheden. Daarnaast bestond bezorgdheid over geluidsoverlast door gebruik van balkons en dakterrassen, en over uitzicht, lichthinder en privacy.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. De raad had de behoefte aan studentenhuisvesting voldoende onderbouwd en de bestaande leegstand en planologische capaciteit terecht niet meegewogen vanwege onvoldoende concreetheid. Het akoestisch onderzoek en aanvullende memo boden een redelijke basis voor de geluidwerende maatregelen en het oordeel dat geen onevenredige geluidoverlast ontstaat.
Ten aanzien van uitzicht, lichthinder en privacy concludeerde de Afdeling dat de raad de belangen van appellanten voldoende had betrokken en dat de maatregelen, waaronder glazen puien en afstand tot bebouwing, adequaat waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning terecht verleend.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.