ECLI:NL:RVS:2020:1537
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- J.E.M. Polak
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woningbouw ondanks strijd met bouwvlak en hoogte
Het college van burgemeester en wethouders van Meerssen verleende op 3 april 2018 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het oprichten van een woning op een perceel in Bunde, ondanks dat het bouwplan deels buiten het bouwvlak lag en de toegestane maximale hoogte van de eerste bouwlaag werd overschreden. Een omwonende, appellante, stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende rekening hield met kernkwaliteiten uit de Omgevingsverordening Limburg 2014, met name het cultuurhistorisch erfgebied, en dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel had gehandeld door vergunningen te verlenen terwijl vergelijkbare aanvragen waren geweigerd. Ook stelde zij dat het welstandsadvies niet ter inzage was gelegd en dat het bouwplan niet voldeed aan redelijke eisen van welstand.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de normen uit de omgevingsverordening wel degelijk strekken tot bescherming van de belangen van appellante en dat het college het bouwplan redelijkerwijs mocht beoordelen als niet nadelig voor de kernkwaliteiten. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de eerdere geweigerde vergunningen niet rechtens vergelijkbaar waren. De terinzagelegging van het welstandsadvies was voldoende gebleken en het bouwplan voldeed aan de redelijke eisen van welstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft bevestigd.