ECLI:NL:RVS:2020:154
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft deze aanvraag bij besluit van 4 december 2019 niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 23 december 2019 ongegrond verklaarde zonder zitting te houden.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van dit hoger beroep, omdat de rechtbank zonder zitting heeft beslist en volgens artikel 8:104, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht tegen zo'n uitspraak geen hoger beroep mogelijk is.
De vreemdeling voerde aan dat het hoger beroep toch in behandeling genomen moest worden wegens een oneerlijk proces, maar dit verweer wordt verworpen. De Afdeling verklaart zich daarom onbevoegd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het besluit om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen.