ECLI:NL:RVS:2020:1544
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- A. ten Veen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herstel van bestemmingsplan vleesvarkensbedrijf Meijel wegens onvoldoende motivering en rechtszekerheid
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep van een maatschap tegen het bestemmingsplan voor de uitbreiding van een vleesvarkensbedrijf in Meijel. In een eerdere tussenuitspraak werd de raad van Peel en Maas opgedragen om gebreken in het oorspronkelijke besluit van 13 maart 2018 te herstellen. Het herstelbesluit van 3 maart 2020 werd vervolgens aan de Afdeling voorgelegd.
De Afdeling oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onzorgvuldig was voorbereid en in strijd met de rechtszekerheid, met name vanwege onduidelijkheden over de verplichting tot plaatsing van luchtwassers en de hoogte van emissiepunten. Het herstelbesluit herstelde deze gebreken onvoldoende, doordat het emissiepunt voor alle nieuwe bedrijfsgebouwen werd verplicht gesteld zonder voldoende motivering en de voorwaardelijke verplichting tot luchtwassers niet adequaat was onderbouwd.
De Afdeling vernietigde daarom zowel het oorspronkelijke besluit als het herstelbesluit voor zover deze artikelen betroffen die onvoldoende waren gemotiveerd. Tevens werd een nieuw artikel toegevoegd dat de voorwaardelijke verplichting tot een emissiepunt van minimaal 11 meter beperkt tot de bestaande stal 3. De raad werd opgedragen dit in het elektronische bestemmingsplan te verwerken. Daarnaast werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en delen van het bestemmingsplan en herstelbesluit worden vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van rechtszekerheid.