ECLI:NL:RVS:2020:1597
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen afwijzing exploitatievergunningen passagiersvaart Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft in 2017 meerdere aanvragen voor exploitatievergunningen voor vaartuigen in het segment 'Bemand groot' afgewezen op basis van een rangordesysteem volgens het Uitgiftereglement 2016. Amsterdam Boat Events B.V. en anderen maakten bezwaar tegen de afwijzing van aanvragen van derden, omdat zij menen dat de rangorde en scores onjuist zijn vastgesteld.
Het college verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang, omdat de bezwaren niet gericht waren tegen hun eigen aanvragen maar tegen die van derden. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. Amsterdam Boat Events B.V. en anderen stelden dat zij wel degelijk belanghebbenden zijn en dat het college onterecht geen besluit nam op hun bezwaren, waardoor dwangsommen verschuldigd zouden zijn.
De Raad van State overweegt dat belanghebbenden alleen zijn degenen met een voldoende objectief, actueel en persoonlijk belang dat rechtstreeks betrokken is bij het besluit. Omdat de bezwaren van Amsterdam Boat Events B.V. en anderen betrekking hadden op besluiten over aanvragen van derden en niet op hun eigen aanvragen, zijn zij geen belanghebbenden bij die besluiten. Daarom waren hun bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk en is het college geen dwangsom verschuldigd.
Het incidenteel hoger beroep van het college wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang ontbreekt bij hoger beroep tegen een ongegrond verklaard beroep. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verklaart het hoger beroep van Amsterdam Boat Events B.V. en anderen ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van Amsterdam Boat Events B.V. en anderen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.