ECLI:NL:RVS:2020:16
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 2 december 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 december 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening, namelijk de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het op dit moment niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep zal worden vernietigd. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opheffing van vreemdelingenbewaring is afgewezen.