ECLI:NL:RVS:2020:1653
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- G.T.J.M. Jurgens
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Zuidplas wegens onvoldoende motivering WOZ-waarde
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep van appellant tegen het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas gegrond verklaard. Het geschil betreft een besluit van 23 juli 2019 waarbij het college een tegemoetkoming in planschade toekende. Appellant stelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de door hem overgelegde WOZ-waarde geen aanleiding gaf tot twijfel aan het nadere advies.
De Afdeling oordeelde dat het college niet voldeed aan de motiveringsplicht zoals voorgeschreven in artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het verschil van 33% tussen de WOZ-waarde en de door SAOZ gehanteerde waarde als aanzienlijk werd aangemerkt zonder dat het college dit verschil voldoende had toegelicht. De hersteltermijn die de Afdeling eerder had gesteld, werd door het college niet benut.
Daarom vernietigde de Afdeling het bestreden besluit en droeg het college op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het college de motivering adequaat moet uitvoeren. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het besluit van het college van Zuidplas wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen.