ECLI:NL:RVS:2020:1696
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 januari 2020 en 26 maart 2020 besloten aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die deze beroepen op 10 juni 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de vreemdeling verzocht heeft om te voorkomen dat hij wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris heeft zich niet verzet tegen dit verzoek. Daarom is de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van €525,00 aan de vreemdeling moet vergoeden.
Deze uitspraak betreft een voorlopige voorziening in het bestuursrecht, specifiek in het vreemdelingenrecht, en heeft tot doel de positie van de vreemdeling te beschermen gedurende de duur van het hoger beroep.
Uitkomst: De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de vreemdeling niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en heeft de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.