ECLI:NL:RVS:2020:1708
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich niet verzette tegen het verzoek om de voorlopige voorziening. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos op 22 juli 2020, in aanwezigheid van griffier mr. J.W. Prins. De beslissing betreft een voorlopige voorziening in het bestuursrechtelijke vreemdelingenrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling worden beschermd gedurende de beroepsprocedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.