ECLI:NL:RVS:2020:1711
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 14 april 2020 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juni 2020 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Omdat de staatssecretaris zich niet verzette tegen het verzoek, werd besloten dat de vreemdeling niet zal worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak zorgt ervoor dat de vreemdeling gedurende de looptijd van het hoger beroep niet wordt overgedragen, waardoor zijn rechtspositie wordt beschermd totdat een definitieve beslissing is genomen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.