ECLI:NL:RVS:2020:1718
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperkte kennisneming belastingaangiften in bestuursrechtelijke dwangsomprocedure
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland betreffende een last onder dwangsom wegens bouwen zonder omgevingsvergunning. Ter onderbouwing van zijn stelling dat betaling van de dwangsom voor hem zeer bezwaarlijk is, heeft appellant zijn belastingaangiften overgelegd.
Appellant verzocht op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om beperkte kennisneming van deze stukken, zodat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennisneemt van de aangiften en niet de andere procespartijen. Hij stelde dat hij een bekende verschijning is in zijn woonplaats en zijn financiële situatie niet openbaar wil maken.
De Afdeling heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van gelijke informatievoorziening voor partijen en het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van appellant. Gelet op de aard van de stukken en het feit dat de andere partijen door de beperkte kennisneming niet wezenlijk worden belemmerd in hun procesvoering, oordeelde de Afdeling dat het privacybelang zwaarder weegt.
Daarom is het verzoek tot beperkte kennisneming van de belastingaangiften 2017 en 2018 toegewezen. De beslissing werd genomen door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 juli 2020.
Uitkomst: Het verzoek om beperkte kennisneming van de belastingaangiften 2017 en 2018 wordt toegewezen vanwege het zwaardere privacybelang van appellant.