ECLI:NL:RVS:2020:1767
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.J.J.M. Pans
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last bestuursdwang voor deelfietsen wegens onjuiste toepassing APV-artikel
FlickBike verhuurt deelfietsen die via een app kunnen worden gehuurd en achtergelaten in de openbare ruimte. Het dagelijks bestuur legde op 29 september 2017 een last onder bestuursdwang op om alle deelfietsen binnen drie weken te verwijderen, gebaseerd op artikel 2.50 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), dat het aanbieden van diensten voor een werkzaamheid op of aan de weg verbiedt.
De rechtbank verklaarde het beroep van FlickBike ongegrond, maar de Raad van State oordeelt anders. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het verbod in artikel 2.50 APV ziet op diensten die door personen in de openbare ruimte worden aangeboden, waarbij sprake is van direct contact en het opdringen van diensten aan voorbijgangers. Het via een app aanbieden van deelfietsen voldoet hier niet aan, omdat het publiek zelf initiatief neemt en er geen sprake is van opdringen.
Ook het technische onderhoud van de fietsen is geen werkzaamheid in de zin van artikel 2.50. Ter ondersteuning van dit oordeel wijst de Afdeling op een latere wijziging van de APV in 2019, waarin een nieuw artikel 2.50a expliciet het aanbieden van fietsen zonder vergunning reguleert. De last onder bestuursdwang en de kostenbeschikking zijn daarom onterecht opgelegd en worden vernietigd. Het dagelijks bestuur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De last onder bestuursdwang en kostenbeschikking tegen FlickBike worden vernietigd omdat het aanbieden van deelfietsen via een app niet onder het verbod van artikel 2.50 APV valt.