ECLI:NL:RVS:2020:1781
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de staatssecretaris de toegang tot Nederland voor de vreemdeling geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 juli 2020 het beroep gegrond verklaarde, de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag ophefte en schadevergoeding toekende vanaf 16 juli 2020.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoefde te worden totdat op het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank zou worden vernietigd en dat de belangen van de vreemdeling zwaarder wogen. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 525,00.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.