ECLI:NL:RVS:2020:1808
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 28 februari 2020 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 6 juli 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de staatssecretaris zich niet verzette tegen het verzoek om de voorlopige voorziening, waarin werd gevraagd om te voorkomen dat de vreemdeling wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Gezien het ontbreken van verzet werd het verzoek toegewezen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van €525,00. De uitspraak werd gedaan op 29 juli 2020 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.