ECLI:NL:RVS:2020:1819
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunning omgezet houden zelfstandige woning in drie onzelfstandige woonruimten
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees de aanvraag van de eigenaar van een appartement af voor een vergunning om een zelfstandige woning om te zetten in drie onzelfstandige woonruimten ten behoeve van kamerbewoning. De eigenaar verhuurde sinds 2003 drie kamers in het appartement. De gemeente stelde per 1 juli 2015 het omzetten en omgezet houden van zelfstandige woningen in drie of meer onzelfstandige woonruimten vergunningplichtig, met een overgangsrecht tot 1 juli 2017 voor bestaande situaties.
De eigenaar diende zijn aanvraag echter pas op 2 mei 2018 in, waarna het college de aanvraag afwees omdat het aandeel kamerbewoning de norm van 15% overschreed. De rechtbank oordeelde dat op het moment van het bezwaarbesluit geen vergunningplicht gold voor het omgezet houden van de woning in drie onzelfstandige woonruimten, en verklaarde het beroep gegrond.
Het college stelde hoger beroep in, stellende dat de vergunningplicht ook voor bestaande situaties gold en dat de rechtbank ex nunc had moeten toetsen. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp dit en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Wel werd opgemerkt dat het college alsnog een vergunning kan verlenen vanwege de specifieke omstandigheden en het ontbreken van vergunningplicht ten tijde van het bezwaarbesluit.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.