ECLI:NL:RVS:2020:1824
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid spoedeisende bestuursdwang bij verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 6 november 2019 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een ondergrondse papiercontainer was aangetroffen. Het college stelde dat appellant de doos verkeerd had aangeboden omdat zijn naam en adres op het label stonden. Appellant erkende dat de doos van hem was, maar stelde dat hij deze in de papiercontainer had geplaatst, die overvol was, waardoor een deel uitstak.
Appellant voerde aan dat de foto bij het controlerapport mogelijk in scène was gezet en dat de gemeente met volle containers het gescheiden aanbieden van afval bemoeilijkt. Hij stelde ook dat een waarschuwing op zijn plaats was geweest, gezien zijn korte verblijf in Den Haag en gezondheidsproblemen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verkeerd aanbieden van afval, waarbij een deel uitstak uit de container, in strijd is met de Afvalstoffenverordening en dat het college terecht bestuursdwang toepaste zonder voorafgaande waarschuwing.
De Afdeling stelde dat de staat van de containers en de persoonlijke omstandigheden van appellant geen invloed hebben op het spoedeisende belang van directe verwijdering vanwege de negatieve gevolgen van verkeerd aangeboden afval, zoals vervuiling en ongedierte. Vragen van appellant over de afvalinzameling konden niet als beroepsgronden worden beschouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.