ECLI:NL:RVS:2020:1841
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 maart 2020 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 12 mei 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij uitspraak op 29 juli 2020 het hoger beroep behandeld en heeft daarom besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier A.M. van Meurs-Heuvel. De beslissing bevestigt dat het besluit van de staatssecretaris rechtmatig is en dat geen noodzaak bestaat tot voorlopige maatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit van de staatssecretaris blijft van kracht.