ECLI:NL:RVS:2020:1856
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De vreemdeling diende op 26 juli 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval nader onderzoek naar de wijze van inreis van de vreemdeling.
De vreemdeling stelde dat hij niet met het Schengenvisum, maar illegaal via Turkije naar Nederland was gereisd, onderbouwd met een verklaring en vliegticketoverzicht. De staatssecretaris betwistte dit en motiveerde waarom deze stukken onvoldoende waren. De rechtbank oordeelde ten onrechte dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat het visum niet gebruikt was.
De Raad van State stelde vast dat de verklaring niet afkomstig was van Turkish Airlines maar een Turks reisbureau en dat de vreemdeling geen bewijs had geleverd van het uitreisverbod. De grief van de staatssecretaris slaagde, de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.