ECLI:NL:RVS:2020:1858

Raad van State

Datum uitspraak
31 juli 2020
Publicatiedatum
3 augustus 2020
Zaaknummer
202004073/3/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen openbaarmaking locatiegegevens PAS-meldingen

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had op verzoek van MOB besloten om een aantal PAS-meldingen openbaar te maken, met uitzondering van de naam van de melder en de locatiegegevens. Na bezwaar en wijziging van het besluit werden de locatiegegevens van tien derde-belanghebbenden alsnog openbaar gemaakt. MOB stelde beroep in tegen deze openbaarmaking en de rechtbank verklaarde dit beroep gegrond, waardoor openbaarmaking van de locatiegegevens werd bevolen met een termijn tussen 24 en 31 juli 2020.

De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die hem zou vrijwaren van de verplichting tot openbaarmaking totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat openbaarmaking onomkeerbaar is en dat het belang van de minister om dit te voorkomen zwaarder weegt dan het belang van MOB bij onmiddellijke openbaarmaking.

Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister de locatiegegevens niet hoeft openbaar te maken voordat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De minister hoeft de locatiegegevens van de tien derde-belanghebbenden niet openbaar te maken totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202004073/3/A3.
Datum uitspraak: 31 juli 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de rechtbank) van 3 juli 2020 in zaak nrs. 20/300 en 20/301 in het geding tussen:
de Coöperatie Mobilisation for the Environment (hierna: MOB), gevestigd te Nijmegen,
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluiten van 6 juni 2019, 1 juli 2019 en 23 juli 2019 heeft de minister op het verzoek om informatie van MOB beslist en is een aantal PAS-meldingen openbaar gemaakt met uitzondering van de naam van de melder en de locatiegegevens.
Bij besluit van 10 december 2019 heeft de minister het door MOB daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij besluit van 1 april 2020 heeft de minister het besluit van 10 december 2019 gewijzigd, in die zin dat naar aanleiding van het verzoek om informatie van MOB de PAS-meldingen die gedaan zijn door tien derde-belanghebbenden, afzonderlijk openbaar zijn gemaakt.
Bij uitspraak van 3 juli 2020 heeft de rechtbank het door MOB daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard voor zover daarin de besluiten van 6 juni 2019, 1 juli 2019 en 23 juli 2019 om locatiegegevens in de PAS-meldingen van de tien derde-belanghebbenden niet openbaar te maken, zijn gehandhaafd, het bezwaar van MOB alsnog gegrond verklaard in die zin dat de locatiegegevens uit de PAS-meldingen van de tien derde-belanghebbenden alsnog openbaar worden gemaakt, bepaald dat de openbaarmaking van deze locatiegegevens niet eerder zal plaatsvinden dan op 24 juli 2020 en niet later zal plaatsvinden dan op 31 juli 2020 en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 1 april 2020 voor zover dat besluit is vernietigd.
De minister heeft hoger beroep ingesteld. Tevens heeft de minister de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2.    De minister kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat de locatiegegevens uit de PAS-meldingen van de tien derde-belanghebbenden alsnog openbaar worden gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep deze locatiegegevens niet openbaar hoeft te maken.
3.    Het gevolg van de openbaarmaking van de locatiegegevens kan niet meer ongedaan worden gemaakt en is derhalve onomkeerbaar. De minister heeft er belang bij dat een dergelijke situatie wordt voorkomen. Het daartegenoverstaande belang van MOB bij openbaarmaking van de informatie weegt niet zo zwaar dat de uitspraak op het hoger beroep niet kan worden afgewacht. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de locatiegegevens uit de PAS-meldingen van de tien derde-belanghebbenden niet openbaar hoeft te maken voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.
w.g. Borman    w.g. Ley-Nell
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2020
597.