ECLI:NL:RVS:2020:1860
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling authenticiteit oproep en beoordeling inreisverbod asielzoeker uit Marokko
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van een Marokkaanse vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af en legde een inreisverbod op. De vreemdeling stelde dat hij vanwege zijn inzet voor de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara in negatieve belangstelling van de Marokkaanse autoriteiten stond, onderbouwd met een oproep uit 2012 om in Marokko te verschijnen. Bureau Documenten kon de authenticiteit van deze oproep niet vaststellen.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende concrete twijfel bestond over de authenticiteit en dat tegenstrijdigheden in verklaringen onvoldoende afbreuk deden aan de geloofwaardigheid. De staatssecretaris stelde echter dat de rechtbank een onjuist toetsingskader hanteerde en dat de vreemdeling zijn situatie niet aannemelijk had gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de authenticiteit van de oproep als gegeven beschouwde en onvoldoende rekening hield met tegenstrijdige verklaringen en het grote tijdsverloop. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, maar wees het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod af vanwege gebrek aan onderbouwing van individuele omstandigheden.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 augustus 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard.