ECLI:NL:RVS:2020:189
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onvergund omzetten zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €6.000,- op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten in een woning te Amsterdam. Appellant betwistte dit en stelde dat sprake was van een woongroep en dat hij zelf in de woning woonde met drie huisgenoten sinds 2015.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat uit ambtelijke rapporten en huurovereenkomsten bleek dat de woning aan vier personen werd verhuurd die geen gezamenlijk huishouden vormden en voorzieningen deelden. De huurovereenkomst die appellant aanvoerde was na de overtreding opgesteld en werd daarom niet gevolgd.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het college terecht de boete heeft opgelegd conform de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016. Er was geen sprake van een gemelde woongroep, waardoor de vergunningplicht gold. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bestuurlijke boete van €6.000,- wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten.