ECLI:NL:RVS:2020:1900
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 5 augustus 2019 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 21 juli 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en hij opvang en verstrekkingen zou ontvangen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat op basis van de aangevoerde argumenten niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H. Troostwijk, in aanwezigheid van griffier H. Vonk, op 7 augustus 2020.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod wordt afgewezen.