ECLI:NL:RVS:2020:1911
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- G.M.H. Hoogvliet
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling voor instandhouding rijksmonument Groot Arsenaal
Appellant vroeg subsidie aan voor het rijksmonument het Groot Arsenaal te Bergen op Zoom. De minister verleende aanvankelijk een subsidie van € 500.000, maar stelde deze later vast op € 72.832 vanwege niet of niet geheel uitgevoerde werkzaamheden volgens het instandhoudingsplan en niet subsidiabele kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de werkzaamheden binnen de planperiode en conform het instandhoudingsplan waren uitgevoerd. Ook waren kosten voor de lift niet subsidiabel omdat deze geen monumentale waarde heeft.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de facturen en analyses van zijn financieel adviseur wel degelijk de subsidiabele kosten aantonen en dat de minister onterecht het vertrouwensbeginsel heeft geschonden door later lagere subsidie vast te stellen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de door appellant overgelegde stukken onvoldoende specifiek en onderbouwd waren. De minister heeft terecht vraagtekens geplaatst bij de omvang van de opgevoerde uren en de hoge opslagpercentages. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de vaststelling van subsidie op basis van verantwoording van kosten geschiedt, niet op basis van de subsidieverlening.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De subsidievaststelling van € 72.832 door de minister wordt bevestigd; het hoger beroep is ongegrond.