ECLI:NL:RVS:2020:1934
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek nadeelcompensatie Waterbedrijf Groningen voor aanpassing waterleidingzinkers
Waterbedrijf Groningen verzocht het college van gedeputeerde staten van Groningen om nadeelcompensatie voor de kosten van aanpassing van vier waterleidingzinkers vanwege baggerwerkzaamheden in het Winschoterdiep. Het college wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het besluit bevestigde. Waterbedrijf Groningen ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen provincie Groningen 2006 (NKL) van toepassing is en dat de regeling het normale maatschappelijke risico vooraf invult. De zinkers betroffen kruisende leidingen ouder dan 30 jaar, waardoor volgens de NKL geen vergoeding verschuldigd is. Waterbedrijf Groningen stelde dat ook de kosten van buitenleidingen vergoed moesten worden en dat de regeling onredelijk was, maar de Raad van State verwierp deze bezwaren.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het college de beoordelingsruimte correct heeft benut en dat het beroep op de hardheidsclausule niet slaagt. De Afdeling bevestigt het bestreden vonnis en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van Waterbedrijf Groningen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om nadeelcompensatie wordt afgewezen.