Uitspraak
Datum uitspraak: 12 augustus 2020
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam stelde op 3 september 2019 een wijzigingsplan vast dat de bestemming van een perceel in Chaam wijzigde van 'Bedrijf' naar 'Wonen' met landschappelijke inpassing en 'Agrarisch met waarden'. Appellante stelde dat dit plan haar woon- en leefklimaat schaadt en betoogde onder meer dat het bouwvlak te ruim is, een rijbak te dicht bij haar woning wordt toegestaan, en dat hinder door lichtmasten en nevenfuncties zoals bed & breakfast onvoldoende is gemotiveerd.
De Afdeling overwoog dat het college de wijzigingsbevoegdheid terecht heeft toegepast en dat het bouwvlak met beperkingen in het inpassingsplan redelijk is vastgesteld. De bewering dat een rijbak op 10 meter afstand mogelijk is, ontbeert feitelijke grondslag, en het gebruik van de agrarische gronden als rijbak is verboden. Het college heeft ook terecht geoordeeld dat lichtmasten met beperkte hoogte het woon- en leefklimaat niet aantasten. De nevenfuncties zijn in de planregels adequaat geregeld en ondergeschikt aan de woonfunctie.
Verder stelde appellante dat het plan niet uitvoerbaar is vanwege het houden van paarden en mogelijke schade aan haar beplanting. Het college stelde dat maximaal drie paarden hobbymatig worden gehouden en dat handhaving mogelijk is bij overtreding. De Afdeling achtte het plan uitvoerbaar. Ook het betoog over rechtsonzekerheid en strijd met de Verordening ruimte Noord-Brabant werd verworpen. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het wijzigingsplan wordt ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.