ECLI:NL:RVS:2020:1960
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning
Bij besluit van 7 mei 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 augustus 2020 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn voorgenomen overdracht op 17 augustus 2020 te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hogerberoepstermijn nog niet was verstreken en dat een ordemaatregel passend was om de overdracht voorlopig te schorsen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 14 augustus 2020 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier S.H. Nienhuis. De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 17 augustus 2020 werd bij wijze van voorlopige voorziening achterwege gelaten.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 17 augustus 2020 wordt bij wijze van voorlopige voorziening geschorst.