ECLI:NL:RVS:2020:1974
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing ondergrondse restafvalcontainers nabij woning in Delft
Het college van burgemeester en wethouders van Delft stelde op 8 oktober 2019 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) in de wijk Tanthof, waaronder een locatie naast de woning van appellant aan de Wezelstraat (locatie CL78). Appellant maakte bezwaar tegen deze locatie vanwege vrees voor overlast, schade aan zijn heg en kastanjeboom, en stelde een alternatieve locatie voor.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste of het college de locatie in redelijkheid had kunnen aanwijzen. Het college toonde aan dat de locatie voldoet aan de gestelde criteria, dat er voldoende ruimte is voor de ORAC’s, en dat de kans op overlast en schade beperkt is. Ook werd het alternatieve voorstel van appellant verworpen vanwege grotere loopafstand, ligging aan een drukke weg en verhoogd risico op dumpafval.
De Afdeling concludeerde dat het college de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de aanwijzing van de locatie onredelijk maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatie van de ondergrondse restafvalcontainers is ongegrond verklaard.