ECLI:NL:RVS:2020:2008
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit beëindiging hondenfokkerij in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Berkelland legde [verzoekers] een last onder dwangsom op om hun bedrijfsmatige hondenfokkerij te beëindigen en het aantal honden terug te brengen tot vijf, omdat dit gebruik in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 1987". De rechtbank verklaarde het beroep van [verzoekers] ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden en een voorlopige voorziening vroegen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het fokken en verkopen van honden niet kan worden aangemerkt als agrarische bedrijfsvoering en dat het gebruik van het perceel een ruimtelijke uitstraling heeft die niet verenigbaar is met de woonfunctie, mede vanwege de ligging in een stiltegebied. Het verzoek om schorsing van het besluit werd daarom afgewezen.
Wel werd de begunstigingstermijn verlengd tot vier weken na verzending van de uitspraak, zodat [verzoekers] nog een laatste gelegenheid krijgen om aan de last te voldoen zonder dwangsom. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten en wees het verzoek voor het overige af.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, behalve verlenging begunstigingstermijn tot vier weken na uitspraak.