ECLI:NL:RVS:2020:2019
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit op bezwaar in vreemdelingenzaak
Bij besluit van 30 november 2017 wees de staatssecretaris een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 9 augustus 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dat besluit op 15 maart 2019 ongegrond. Referent en de vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De staatssecretaris trok bij besluit van 6 juli 2020 het eerdere besluit op bezwaar in, maar nam geen nieuw besluit. Hierdoor werd niet binnen de wettelijke termijn beslist op het bezwaar, wat door de Afdeling werd aangemerkt als een niet tijdig genomen besluit dat gelijkgesteld wordt aan een besluit in de zin van de Awb.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris binnen twee weken alsnog een besluit moet nemen en bekendmaken. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het niet naleven van deze termijn. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van een dwangsom.