Uitspraak
Datum uitspraak: 26 augustus 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
griffier
Raad van State
De raad van de gemeente Amsterdam stelde op 19 december 2018 het bestemmingsplan Weespertrekvaart Oost en het exploitatieplan vast, gericht op transformatie van het bedrijventerrein naar een woon-werkgebied. Diverse belanghebbenden, waaronder [appellante sub 1] en Volendam B.V., stelden beroep in tegen dit besluit vanwege onder meer onduidelijkheden in de planregels, onzorgvuldige onderbouwing van de planologische aanvaardbaarheid en bezwaren tegen het exploitatieplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep van [appellante sub 1] gegrond is vanwege onvoldoende zorgvuldige voorbereiding van bepaalde planregels en onduidelijkheden in de uitwerkingsregels. Ook werd vastgesteld dat het bedrijf van [appellante sub 1] niet als zodanig is bestemd binnen het plan, wat terecht is. Andere beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard of ongegrond bevonden.
De Afdeling vernietigde het besluit voor zover het betreft de onzorgvuldige onderdelen, bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit, en droeg de raad op de uitspraak binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante sub 1].
Uitkomst: Het bestemmingsplan is deels vernietigd wegens onzorgvuldigheden en onduidelijkheden, met proceskostenvergoeding aan appellante sub 1.