ECLI:NL:RVS:2020:2046
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning dakkapel ondanks afwijkingen van welstandscriteria
Het college van burgemeester en wethouders van Blaricum verleende op 11 juli 2018 een omgevingsvergunning aan een bouwbedrijf voor het plaatsen van dakkapellen op twee naast elkaar gelegen woningen. Appellant betoogde dat het college ten onrechte het welstandsadvies van de commissie voor ruimtelijke kwaliteit (CRK) had gevolgd, omdat de dakkapellen afwijken van de criteria in de Welstandsnota Blaricum 2018 en het kwaliteitshandboek. Hij stelde dat het college een tegenadvies had moeten overleggen en dat het welstandsadvies gebrekkig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college niet gebonden is aan het welstandsadvies, maar dit mag volgen indien het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en de redenering begrijpelijk is. De CRK had toegelicht waarom de afwijkingen acceptabel zijn, onder meer omdat de dakkapellen kleiner zijn dan 50% van de dakbreedte en voldoende afstand houden. Er waren geen concrete aanwijzingen voor twijfel aan de zorgvuldigheid of begrijpelijkheid van het advies. Het beroep op het kwaliteitshandboek faalde omdat dit niet door de gemeenteraad is vastgesteld en geen beleidsregels bevat.
Voorts stelde appellant dat de vergunning in strijd is met het bestemmingsplan omdat het kwaliteitshandboek wordt overtreden. De Afdeling oordeelde dat appellant niet gevolgd kan worden in zijn stelling dat de aanvraag strijdig is met het kwaliteitshandboek, mede gelet op de eerdere overwegingen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 29 oktober 2019 die het beroep van appellant tegen het collegebesluit ongegrond had verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning is bevestigd.