ECLI:NL:RVS:2020:2070
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving hekwerk zorgboerderij in strijd met keur waterschap
Het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas legde aan appellant een last onder dwangsom op om een hekwerk bij zijn zorgboerderij te verplaatsen of te verwijderen omdat het volgens het bestuur te dicht bij de watergang staat en daarmee in strijd is met de keur. Appellant betwistte dit en voerde onder meer aan dat het hekwerk onder overgangsrecht valt en dat handhaving onevenredig is vanwege vergunningen en de situatie ter plaatse.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het dagelijks bestuur bevoegd was tot handhaving. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en overweegt dat het verbod in de keur zich tot een ieder richt die zonder vergunning handelingen verricht in de beschermingszone. Het vervangen van het hekwerk valt niet onder het overgangsrecht, en het bezit van een omgevingsvergunning voor de zorgboerderij geeft geen rechtvaardigingsgrond om zonder watervergunning het hekwerk te plaatsen.
Verder is handhaving niet onevenredig, ook niet gezien de belangen van appellant omtrent landschappelijke inpassing en infiltratiebassin. Er is geen concreet zicht op legalisatie omdat de vereiste watervergunning is geweigerd en de voorwaarden voor onderhoud vanaf de overzijde van de watergang niet zijn vervuld. De begunstigingstermijn voor het verwijderen van het hekwerk wordt verlengd tot drie maanden na verzending van deze uitspraak om appellant gelegenheid te geven een omgevingsvergunning aan te vragen.
De Raad van State concludeert dat het dagelijks bestuur handhavend mag optreden en dat het hoger beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het hekwerk wordt bevestigd met verlenging van de begunstigingstermijn.