ECLI:NL:RVS:2020:2073
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit verwijderen bijgebouw in Maasdijk
Het college van burgemeester en wethouders van Westland heeft op 3 september 2019 een handhavingsbesluit genomen om een bijgebouw op het perceel van verzoeker in Maasdijk binnen drie maanden te verwijderen, onder dreiging van een dwangsom van €25.000. Verzoeker, eigenaar en bewoner van de dijkwoning, had het bijgebouw gebouwd ter vervanging van een eerder aanwezig bouwwerk, maar zonder de vereiste omgevingsvergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen het handhavingsbesluit ongegrond, stellende dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om niet handhavend op te treden en dat er geen concreet zicht was op legalisering. Verzoeker stelde dat het bijgebouw niet vergunningplichtig was volgens het overgangsrecht en dat een vergunning van rechtswege was verleend vanwege het niet tijdig beslissen van het college op zijn aanvraag.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat deze vragen nader onderzoek in de bodemprocedure vereisen en dat verzoeker een aanzienlijk belang heeft bij schorsing van het handhavingsbesluit, mede door de hoogte van de dwangsom. Er waren geen dringende belangen van het college die spoedige uitvoering rechtvaardigden. Daarom werd het handhavingsbesluit geschorst en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit tot verwijdering van het bijgebouw is geschorst en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.