ECLI:NL:RVS:2020:2123
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf moeder Syrische nationaliteit
De zaak betreft een echtpaar van Syrische nationaliteit dat verblijf in Nederland beoogt bij hun meerderjarige zoon, de referent. Na het overlijden van de vader richt de procedure zich op de mvv-aanvraag van de moeder. De staatssecretaris wees de aanvragen op 17 mei 2017 af en handhaafde dit besluit op bezwaar op 29 augustus 2019. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 4 maart 2020 gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde bij besluit van 8 april 2020 het bezwaar opnieuw ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit besluit, net als het eerdere, ondeugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris had onvoldoende rekening gehouden met het bestaan van meer dan normale emotionele banden tussen de moeder en haar zoon en de objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Syrië voort te zetten. Tevens was ten onrechte afgezien van het horen in bezwaar ondanks gewijzigde omstandigheden, waaronder het feit dat de referent inmiddels werk heeft.
Het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank werd ongegrond verklaard omdat het geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het besluit van 8 april 2020 gegrond, vernietigde dat besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 8 april 2020 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.