ECLI:NL:RVS:2020:2144
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake ingangsdatum verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende op 18 februari 2019 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. Bij een aanvullend besluit van 29 april 2020 wijzigde de staatssecretaris de ingangsdatum van deze vergunning naar 29 augustus 2017. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond en stelde de ingangsdatum van de vergunning vast op 29 oktober 2014, waarmee het besluit van 29 april 2020 gedeeltelijk werd vernietigd. De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom bij wijze van voorlopige voorziening dat de door de rechtbank vastgestelde ingangsdatum niet in werking treedt totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening bepaalt dat de door de rechtbank vastgestelde ingangsdatum van de verblijfsvergunning niet in werking treedt totdat het hoger beroep is beslist.