ECLI:NL:RVS:2020:2154
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning op humanitaire gronden wegens medische situatie en familiebanden
De vreemdeling uit Peru verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden, vanwege zijn verstandelijke beperking en de zorg die zijn zussen in Nederland hem zouden verlenen. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf had en vond dat er geen sprake was van bijzondere emotionele banden of medische noodzaak die vrijstelling rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het eerdere bezwaar gegrond omdat de staatssecretaris de vreemdeling onvoldoende had gehoord en niet adequaat had gemotiveerd waarom het Bureau Medische Advisering niet was geraadpleegd. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling wel degelijk adequaat had gehoord en gemotiveerd had gehandeld. Er was onvoldoende bewijs dat alleen de zussen zorg konden verlenen of dat de vreemdeling medische zorg in Peru niet kon krijgen. Ook ontbraken recente medische stukken die een reëel risico op mensonterende behandeling aantonen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Het besluit van 4 augustus 2020 van de staatssecretaris werd eveneens vernietigd omdat de grondslag daarvoor was vervallen door de vernietiging van de rechtbankuitspraak. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn verblijfsvergunning blijft in stand.