ECLI:NL:RVS:2020:2159
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- B.J. Schueler
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunningen mestverwerkingsbedrijf wegens onvoldoende motivering geurgrenswaarde en milieueffectrapportage
Mestverwerking Fryslân B.V. kreeg van het college van gedeputeerde staten van Fryslân twee omgevingsvergunningen voor uitbreiding en wijziging van haar mestverwerkingsbedrijf. Omwonenden stelden beroep in tegen deze besluiten vanwege vrees voor overlast. De rechtbank vernietigde de vergunningen wegens onvoldoende motivering van het milieueffectrapport en de geurgrenswaarde, en het niet onderzoeken van een mogelijke schoorsteenverhoging.
In hoger beroep oordeelde de Raad van State dat het college wel degelijk deugdelijke motivering had gegeven voor het niet opstellen van een milieueffectrapport, mede gebaseerd op een aangepast geuronderzoek met een realistische reductie van 70%. Ook was de hogere geurgrenswaarde van 3,6 Ou/m³ voor enkele woningen aanvaardbaar gemotiveerd, maar niet voor alle woningen in de omgeving, waardoor het besluit niet zorgvuldig tot stand was gekomen.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht geen verplichting tot schoorsteenverhoging hoefde op te leggen, maar dat de geurmeetvoorschriften en het toestaan van laden en lossen in de buitenlucht onvoldoende waren gemotiveerd. De besluiten werden vernietigd en het college werd verplicht nieuwe besluiten te nemen, waarbij beroep alleen bij de Afdeling mogelijk is. Tevens werden proceskosten aan beide partijen toegewezen.
Uitkomst: De omgevingsvergunningen worden vernietigd wegens onvoldoende motivering van geurgrenswaarde en milieueffectrapportage; het college moet nieuwe besluiten nemen.