ECLI:NL:RVS:2020:2181
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over strandexploitatievergunningen op Vlieland inclusief geschil over Strook
De zaak betreft het hoger beroep van meerdere appellanten tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland waarin vergunningen voor strandexploitatie op Vlieland deels werden vernietigd. De kern van het geschil is de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Vlieland om aan [partij] vergunningen te verlenen voor het verhuren van strandbedden en het venten van niet-alcoholische dranken en etenswaren op een specifiek deel van het strand, de zogenaamde Strook.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunningen voor de Strook geweigerd moesten worden, aangezien privaatrechtelijke belangen zoals de huurovereenkomst tussen de gemeente en [appellant sub 1] geen geldige weigeringsgrond vormen onder de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Ook werd geoordeeld dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het verlenen van deze vergunningen tot overlast of verstoring van de openbare orde zou leiden.
In hoger beroep betoogden de appellanten dat de openbare orde in gevaar zou komen door concurrentie en mogelijke ruzies tussen venters op de Strook, en dat de huurovereenkomst een privaatrechtelijke belemmering vormt. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, bevestigde de rechtbankuitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
Het college heeft vervolgens een nieuw besluit genomen waarin de vergunningen inclusief de Strook zijn verleend. Ook tegen dit besluit is beroep ingesteld, maar dit werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling benadrukte dat het college bij vergunningverlening alleen rekening mag houden met de limitatief opgesomde belangen in artikel 1:8 APV Pro, en niet met privaatrechtelijke afspraken tussen partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het nieuwe besluit zijn ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.