ECLI:NL:RVS:2020:2184
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek knalapparaat en last onder dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van De Bilt wees het verzoek van omwonenden om handhavend op te treden tegen het gebruik van een knalapparaat door een veehouderij af. Het knalapparaat werd gebruikt om vogels bij het veevoer weg te jagen. Omwonenden stelden geluidsoverlast te ervaren en voerden aan dat het knalapparaat zonder vergunning werd gebruikt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, vernietigde een besluit over een last onder dwangsom wegens niet tijdig bezwaar, en wees verzoeken om schadevergoeding af. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in hoger beroep vast dat de rechtbank ten onrechte het procesbelang ontkende en dat het bezwaar tegen de last onder dwangsom tijdig was ingediend.
De Afdeling oordeelde dat het knalapparaat niet valt onder de vergunningplichtige inrichtingen zoals bedoeld in het Besluit omgevingsrecht, omdat het niet gaat om een installatie waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding gebracht met als doel het opwekken van een schokgolf. Hierdoor was er geen sprake van een onrechtmatig besluit en geen grond voor schadevergoeding.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep tegen het handhavingsbesluit niet-ontvankelijk verklaarde en het bezwaar tegen de last onder dwangsom niet-ontvankelijk verklaarde. Voor het overige bevestigde zij de uitspraak. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, maar de beroepen tegen het handhavingsbesluit en de last onder dwangsom zijn ongegrond verklaard; het knalapparaat is niet vergunningplichtig.